NWEA

Feiten.

Windfeit 1: Een turbine staat soms stil.

Moderne windturbines beginnen al te produceren bij windkracht 2 à 3 (drie à vier meter per seconde) en leveren bij windkracht 6 het volle vermogen. De meeste typen schakelen uit als het 10 minuten lang harder waait dan 25 m/sec. (windkracht 10). Een windturbine zou onnodig duur worden, wanneer deze ontworpen zou worden om ook bij zeer harde wind en storm energie te produceren. Zeker omdat dit minder dan 1% van het jaar voorkomt.


Windfeit 2: Rendement neemt toe, kosten dalen.

Vijftien jaar geleden hadden windturbines vermogens van ca. 75 kilowatt (kW). Ze produceerden gemiddeld 135.000 kilowatturen (kWh) per jaar. Nu worden windturbines gebruikt van 3 megawatt (3.000 kW). Je moet je voorstellen dat een windmolen die 3MW levert, evenveel vermogen levert als 10 grote trucks die over een steile alpenpas naar boven kruipen gebruiken. Er zijn al prototypes van 7 MW. Een moderne windturbine van 3 MW levert in West-Nederland ca. 8 miljoen kWh per jaar, genoeg voor het huidige stroomverbruik van ca. 5300 Nederlanders.


Windfeit 3: 6% van de Nederlandse Noordzee voor windparken.

Als we 6% van de Nederlandse Noordzee inrichten voor windparken kunnen we voldoende energie opwekken voor het totale elektriciteitsgebruik in Nederland. In de praktijk is het nooit zo dat al ons elektriciteitsverbruik met behulp van windturbines opgewekt kan worden. Om de simpele reden dat het inderdaad soms niet waait, al is dat op de Noordzee niet vaak het geval. Elektriciteit wordt altijd opgewekt uit een mix van verschillende bronnen. (zie berekening)